Geodata in samenhang registreren en gebruiken, is belangrijk omdat het betrouwbare, toegankelijke en geïntegreerde informatie oplevert. Dit helpt bij het oplossen van ruimtelijke vraagstukken. Het ministerie van VRO steunt daarom een initiatief van de gemeente Rotterdam om een prototype te ontwikkelen van een integrale bronregistratie objecten (IBRO). Dit prototype word vervolgens getest en verder ontwikkeld worden in een proeftuin.
De gemeente Rotterdam heeft hiervoor het programma Mercator opgezet. Het ministerie van VRO draagt bij aan het initiatief met WaU-subsidie, maar ook door vanuit Zicht op Nederland - Datafundament actief mee te denken. Ook nemen we deel aan de klankbordgroep.
Prototype: techniek en processen
Het programma werkt, samen met partners, aan de oplevering van een werkende oplossing en daarbij ook aan de organisatie en (werk)processen. Er wordt gekeken welk bronhouderschap erbij past. Bij producten als een informatiemodel en een architectuurbeschrijving wordt gebruik gemaakt van eerder opgedane kennis, waaronder de SOR.
Waarom een IBRO?
Het doel van het programma is om een consistente, actuele en foutloze registratie te realiseren, die objecten in de fysieke ruimte centraal stelt. De registratie kan eventueel ook 3D-objectinformatie omvatten en moet beter aansluiten op de gebruikspraktijk van burgers en overheden. Bij de ontwikkeling worden vastgestelde principes toegepast als Common Ground en het Federatief Datastelsel.
Achtergrond
De 3 basisregistraties BAG, BGT en WOZ zijn los van elkaar ontstaan, met elk een eigen doelstelling. Gegevens over objecten worden in deze 3 systemen apart bijgehouden. Dat kan dus betekenen dat er dubbel werk wordt gedaan. Het kan ook voor fouten zorgen, doordat gegevens in het ene systeem net wat anders worden vastgelegd dan in het andere systeem.
Neem de oppervlakte van een gebouw. In de BGT wordt het werkelijke grondoppervlak van het gebouw geregistreerd. Daarvoor wordt precies gemeten waar de rand van het gebouw de grond raakt: de maaiveldcontour. In de BAG wordt het oppervlak geregistreerd zoals dat van bovenaf zichtbaar is (inclusief overstekken): de maximaal omhullende contour.
Hoe zorgt de IBRO voor meer eenduidigheid en efficiëntie?
Bij de ontwikkeling van de IBRO staat het object centraal. Een bronhouder voert gegevens over het object in en via de IBRO komt het dan in de BAG, BGT en/of WOZ. Dat gebeurt dan op een eenduidige manier en het is niet nodig om de gegevens in verschillende basisregistraties in te voeren (het object 1 keer raken). Zie ook onderstaande afbeelding.

Zie ook de ZoNline: Programma Mercator, stand van zaken
Wordt de IBRO dan een nieuwe basisregistratie?
Nee, de IBRO gaat de BAG, BGT en WOZ niet vervangen. Als het proefproject van Mercator gaat werken, zorgt het voor een efficiënter en eenduidiger verloop van het registratieproces.
Is de IBRO straks alleen in Rotterdam te gebruiken?
Nee, als blijkt dat het mogelijk is om objecten integraal te registreren en het prototype succesvol is, dan kunnen andere overheden dit ook gebruiken. Of landelijke inzet echt mogelijk is, vraagt eerst nog om zorgvuldig onderzoek en afstemming. Vanuit het programma Mercator wordt daarom, behalve met het ministerie van VRO, ook veel samengewerkt met andere gemeenten. De VNG is daarbij een belangrijke partner.