De richtlijn introduceert een uniform Europees monitoringskader, zodat lidstaten bodemgegevens op vergelijkbare wijze verzamelen en beoordelen. De aandacht ligt daarbij op bodemgezondheid, bodemverontreiniging en bodemafdekking en -verwijdering.
Bijdrage aan Europese monitoring
Om de kansen en impact van de nieuwe Europese regeling in kaart te brengen, waren er recent twee verdiepende sessies. Het programma BRO, de BRO-ontwikkelketen en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) werken hierin samen.
Inzicht in bodemkwaliteit
Een belangrijk onderdeel van de richtlijn is het monitoren van de gezondheid van de bodem. Lidstaten moeten onder meer inzicht krijgen in bodemkwaliteit, bodemverontreiniging en ontwikkelingen die van invloed zijn op het functioneren van de bodem. De gegevens uit de BRO kunnen hierbij een belangrijke rol spelen. Zo bevat de basisregistratie al veel informatie over de fysieke en milieuhygiënische eigenschappen van de ondergrond.
Met name de gegevens die binnen het registratieobject Milieukwaliteit beschikbaar komen, bieden kansen om inzicht te geven in de kwaliteit van de bodem en om toekomstige Europese rapportageverplichtingen te ondersteunen.
Bouwsteen binnen Nederlandse datafundament
De BRO maakt sinds 1 januari 2026 onderdeel uit van Zicht op Nederland – Datafundament. De nieuwe Europese richtlijn laat het belang zien van de BRO als bouwsteen binnen het Nederlandse datafundament.
Zie ook: website BRO