Nederland staat aan de vooravond van een grote verandering in de manier waarop we omgaan met grond die vrijkomt bij bouw- en infraprojecten. Jaarlijks gaat het om zo’n 140 miljoen ton grond en bagger. Tot nu toe is vaak onduidelijk waar deze grond beschikbaar komt en waar ze opnieuw kan worden ingezet. Daardoor wordt nog veel meer afgevoerd dan nodig is, terwijl de vraag naar herbruikbare grond juist groeit.
Met data inzicht in kwaliteit van grond
De Buyer Group Grondstromen is een samenwerking van Rijkswaterstaat, ministeries IenW en BZK, provincies, waterschappen, gemeenten en marktpartijen. Deze groep heeft een marktvisie ontwikkeld om circulair en hoogwaardig gebruik van grond en bagger te versnellen. In dit kader wordt een federatief datastelsel voor grondstromen verkend. Dit stelsel moet via data uit onder meer grondonderzoeken (gekoppeld aan de BRO) inzicht geven in de chemische en fysische kwaliteit van grond, en vraag en aanbod efficiënt koppelen.
De maatschappelijke kosten-baten analyse (MKBA) is uitgevoerd om te onderzoeken wat de haalbaarheid van dit datastelsel is. De analyse laat zien wat de (eenmalige) investering en structurele kosten voor het inrichten van het datastelsel zijn en de verwachte maatschappelijke baten.
Vraag en aanbod beter koppelen
Het advies uit de MKBA is om dat inzicht landelijk te organiseren, via een nationaal datastelsel. Dat systeem moet gegevens uit grondonderzoeken - gekoppeld aan de Basisregistratie Ondergrond - samenbrengen, zodat duidelijk wordt welke grond vrijkomt, wat de kwaliteit is en waar vraag bestaat. Door vraag en aanbod beter te koppelen, kunnen onnodige transportbewegingen worden voorkomen en kan grond vaker lokaal worden hergebruikt. Dat is niet alleen efficiënter, maar ook beter voor de bodemkwaliteit en biodiversiteit.
Grote maatschappelijke baten
Uit de MKBA blijkt dat zo’n datastelsel aanzienlijke maatschappelijke baten oplevert. Twee varianten zijn onderzocht: een regionaal stelsel en één landelijk georganiseerd systeem. De regionale variant levert naar verwachting ruim 270 miljoen euro aan baten op tussen 2027 en 2050, tegenover 91 miljoen euro aan kosten. Het saldo komt daarmee uit op een positief resultaat van ongeveer 178 miljoen euro. De landelijke variant scoort nog veel beter. Die levert naar schatting ruim 554 miljoen euro aan baten op, terwijl de kosten 116 miljoen euro bedragen. Het positieve saldo komt daarmee uit op ongeveer 438 miljoen euro. In beide gevallen zijn er bovendien baten die niet volledig in geld zijn uit te drukken, zoals ecologische winst, beter hergebruik van data en lagere handhavingskosten. De MKBA geeft aan dat deze niet‑gekwantificeerde voordelen de uitkomst waarschijnlijk nog gunstiger maken.
De baten komen vooral voort uit minder faalkosten en schadeclaims, betere marktwerking, minder transportbewegingen en een aanzienlijke reductie van CO₂‑uitstoot. Zo leidt het landelijke stelsel tot bijna 26 miljoen euro aan CO₂‑reductie door minder primaire grondwinning en ruim 25 miljoen euro door minder transport. Ook de vermindering van luchtverontreiniging door NOx en fijnstof is aanzienlijk: bijna 97 miljoen euro in de landelijke variant. Daarnaast zorgt betere afstemming van vraag en aanbod ervoor dat minder ongewenste grondverplaatsingen plaatsvinden, wat ecologische schade beperkt en de kwaliteit van lokale bodems ten goede komt.
Stelsel op landelijke schaal
De kosten van het federatieve stelsel op landelijke schaal liggen iets hoger dan die van de regionale aanpak, vooral door de inrichting van een uniform afsprakenstelsel en landelijke governance. Toch vallen de jaarlijkse aansluitkosten in de landelijke variant juist lager uit, doordat standaardisatie zorgt voor efficiëntere processen. Waar de regionale variant jaarlijks bijna 39 miljoen euro aan structurele aansluitkosten vraagt, komt dit in de landelijke variant uit op ruim 30 miljoen euro.
De analyse laat zien dat een gefaseerde route - eerst regionaal, later landelijk - uiteindelijk duurder is en minder oplevert. Vanuit economisch en maatschappelijk perspectief is het daarom doelmatiger om direct één landelijk federatief stelsel in te richten. Vooral grote programma’s zoals het MIRT en het Hoogwaterbeschermingsprogramma spelen hierin een belangrijke rol. De enorme hoeveelheden grond die daarbij vrijkomen, zorgen ervoor dat de investering in een stelsel op landelijke schaal, snel kan worden terugverdiend.
Meer informatie
Wil je meer weten over dit onderzoek? Lees dan de eindrapportage MKBA datastelsel circulaire grondstromen.
Meer informatie over de Marktvisie van de Buyer Group Grondstromen kun je vinden op de website Grip op Grondstromen